Altijd een duidelijk verhaal.

Blog

De dag van de Rotterdamse marathon

apr 10

Zondagmorgen, de zon straalt aan een blauwe hemel. De straat is nog stil. Zachtjes trek ik de voordeur dicht. Ik druk de stopwatch in en vertrek in een rustig tempo. Mijn nieuwe flitsgroen-blauwe stappers veren heerlijk. Onbedoeld loop ik te snel. De eerste kilometer verdwijnt in precies vijf minuten. De lentemorgen is de eerste twee, drie kilometer nog fris aan mijn onbedekte armen en benen.

Ik laat het tempo zakken en draai mijn favoriete landweggetje op. Ik heb de wind nu van achter. De zon en de beweging warmen mijn ledematen. Links een akker vol met jonge slaplanten. Even verderop rechts zet landbouwplastic de toon. Knap, zo strak als het er bij ligt. Een buizerd stijgt op uit de bomenrij links. Langzaam klapwiekend zoekt hij het verderop. Het pad glibbert. Of liever: ik glibber. Een koppeltje ganzen protesteert luidkeels als ik passeer.

In het weiland staat een boer bij zijn twee paarden. Een grote frons tekent zijn gezicht en verbaasd groet hij terug. Zou het mijn outfit zijn; mijn felblauwe shirt en dito schoenen? Of het feit dat ik ‘goedemorgen’ zei? Ik draai rechtsaf het asfalt op en sla na een meter of vijftig linksaf. Een jonge fazant fladdert met veel misbaar uit de berm, hop, naar de overkant van de sloot. De weg slingert tussen boerderijen en bijbehorende kassen door. De zon verblindt. Zweet prikt in mijn ogen.

Ik haal een stel met een pony in. Op de pony zit een klein kind. Ze hebben de hele breedte van de weg nodig en ze schrikken als ik langskom. Bij het buurtschap aan het einde van de straat verzamelen oude tractoren zich. Veel kabaal. Veel glimmend gepoetst metaal. En weer gefronste wenkbrauwen. Wie is hier nu gek? Ik schiet het tunneltje in – denk om de spinnenwebben: in het midden blijven – en aan de andere kant gekomen, ren ik het bos in. Tegen mijn gewoonte in blijf ik op het asfalt dat het bos doormidden snijdt.

Bij de parkeerplaats ga ik rechts en pak zo nog wat modder mee. Het gezang en gekwetter van de vogels is oorverdovend. Geen idee wie en wat ik hoor. Alleen de specht herken ik… Ik verlaat het bos en ga rechtdoor, onder de snelweg door. Ik laat mij leiden door het rode asfalt en loop richting Chinees. Op de kruising krijg ik voorrang van een donkerblauwe BMW. Ik slinger langs huizen en een sportschool. De twijfel slaat toe. Ga ik links en maak ik het rondje nog wat groter, of ga ik rechts, naar huis? Ik kies een soort middenweg. Letterlijk. Een klein kwartier later ben ik thuis. Het flitsgroen-blauwe aan mijn voeten is weer wat minder flits.

Geplaatst door Pieter | 10 april 2016
Disclaimer Design door BuroPARK