Altijd een duidelijk verhaal.

Blog

Ik heb een fiets!

mrt 02

Probeer je voor te stellen. Vier mensen zitten rond een tafel. Er staan wat wijn- en bierglaasjes op en in het midden staat een grote schaal belegde toastjes. De mensen mompelen wat en lachen. Een persoon uit het gezelschap deelt iets uit. Plots roept iemand luid: “Ik heb een fiets!”

Is die persoon nu volkomen gestoord? Nee hoor. De mensen doen een kaartspelletje (Amerikaans jokeren) en iemand heeft twee dezelfde kaarten toebedeeld gekregen. De term die wij hier thuis hiervoor gebruiken is: fiets. Plots benieuwd naar de achtergrond hiervan, ben ik gaan googelen naar deze term. Maar wat denk je? Over een FIETS, vind je NIETS.

Ik zocht wat spelregels op van het jokerspel:

Uitleg 1: “Elke speler ontvangt 13 kaarten. De overige kaarten worden allemaal op één stok gelegd. Dit wordt de raapstapel. Één kaart wordt zichtbaar omgedraaid en naast de raapstapel gelegd. Allereerst kijkt iedereen of men dubbele kaarten heeft. Er mag namelijk één dubbele kaart per persoon onderling geruild worden.”

Uitleg 2: “Omdat er met meerdere kaartsets gespeeld word is het mogelijk dat spelers dubbele kaarten krijgen. Het is dan toegestaan om 1 dubbele kaart te ruilen met een andere speler die ook een dubbele kaart heeft. Wanneer alle spelers dubbele kaarten hebben word er 1 dubbele kaart met de klok doorgegeven.”

In de online uitleg staat dus niets over een fiets. Vervolgens stelde ik mijn vraag aan het Taalunieversum, want daar weten ze altijd alles over woorden en hun achtergrond. Het antwoord is: “De uitroep 'Fiets!' als iemand een dubbele kaart of steen heeft, is niet algemeen bekend. Navraag onder de Twitter-volgers van Onze Taal leert dat de uitroep wel in verschillende delen van Nederland bekend is, maar slechts sporadisch voorkomt.” Ze lichten dit nog toe: “Over de herkomst hebben we geen informatie kunnen vinden. Misschien speelt de gedachte mee dat een fiets twee dezelfde wielen heeft, en wordt 'fiets' daarom overdrachtelijk gebruikt voor 'dubbele'. Helaas kunnen we niet anders dan erover speculeren.”

Ik heb de vraag toen gesteld aan Meertens Instituut (onderzoeksinstituut Nederlandse taal en cultuur). Het antwoord komt van niemand minder dan prof. dr. Nicoline van der Sijs, hoogleraar historische taalkunde: “Het is een schertsende uitdrukking, het verwijst naar het feit dat een fiets twee wielen heeft, dus als je twee gelijke zaken hebt, heb je een fiets. Waarschijnlijk is het eerst ontstaan in het Bargoens, waar men zei: dat kost een fiets, als iets twee rijksdaalders kostte. En ‘dat’ is weer ontstaan uit de figuurlijke en schertsende benaming voor een rijksdaalder: achterwiel. Want een rijksdaalder was rond van vorm en het grootste muntstuk, zoals vroeger de achterwielen de grootste wielen van de wagen waren; later dacht men bij achterwiel aan fiets, en als iets twee achterwielen of wielen kosten, zei men schertsend: het kost een fiets.”

Ik ben blij met de mooie uitleg – waarvoor dank – die je kunt uitbreiden naar het getal vier. Als je bij het spelletje vier op een rij aan het winnen bent, dan roep je: “Auto!” Hmmm... dat is eigenlijk best een goed idee. Of passen jullie liever bij dit voorstel...?

Meer taalcolumns lezen? Kijk op Glimlachjes.

Geplaatst door Leonore | 02 maart 2017
Disclaimer Design door BuroPARK